Cloud Storage bestand opslaan
Met dit component kan je een bestand versturen naar een Cloud Storage server.
Selecteer eerst naar welke Cloud Storage applicatie het bestand verstuurd moet worden.
Selecteer het bestand dat verstuurd moet worden.
Selecteer uit dataset (3) of Selecteer handmatig (4)

Selecteer uit dataset (3)
Met deze optie worden de bestands locatie en bestandsnaam uit een bestaande dataset gehaald.
Kies of het bestand moet worden overschreven of hernoemd als het al bestaat Hernoemen gebeurt automatisch op de server. De derde optie (Foutmelding geven) stopt de opslag actie als het bestand al bestaat.
Geef de dataset op waarin de kolommen voor volledige bestands locatie zich bevinden (7).
Selecteer de kolom waar de volledige bestands locatie in staat (8).
Wanneer er wordt geselecteerd uit een dataset is het belangrijk dat een kolom wordt gekozen die de volledige bestands locatie bevat, bestaand uit server pad, bestandsnaam en extensie. Hiervoor kan de kolom 'FileLocation' gebruikt worden, maar ook het resultaat van een berekende kolom.

Selecteer handmatig (4)

Geef de bestands locatie op (9). Hier kan je zowel hard de locatie opgeven als de bestandsverkenner gebruiken. Deze open je door op het mapje aan het einde van de regel te klikken. Vervolgens opent de bestandsverkenner, hier kan je door mappen navigeren en een locatie selecteren.
Geef de bestandsnaam op (10). Dit mag een combinatie van bestandsnaam + extensie zijn, maar dit hoeft niet.
Geef de bestandsextensie op (11). Als je in een van de velden hierboven al je bestandsextensie hebt toegevoegd mag dit veld leeg blijven.
De velden voor bestandslocatie, bestandsnaam en extensie worden aan elkaar geplakt. Let er goed op dat er geen onderdelen dubbel in zitten. De uiteindelijke locatie + naam zie je onderaan het bouwblok (12)

Data toevoegen aan bestand
De standaard actie voor opslaan van bestanden is dat een nieuw bestand wordt aangemaakt, of het bestand overschreven wordt wanneer deze al bestaat. In sommige gevallen is het wenselijk om een bestaand bestand aan te vullen met data in plaats van het bestand te overschrijven. Om dit te bereiken gebruik je de optie ‘Data toevoegen aan bestand’ (5). Wanneer deze optie geselecteerd is zal gecontroleerd worden of het bestand al bestaat, en als dat het geval is wordt de inhoud toegevoegd aan het bestand. Als het bestand nog niet bestaat wordt deze als nieuw bestand aangemaakt. Met de optie ‘Kolomheaders meenemen bij aanvullen bestand’ geef je aan of je bij het toevoegen de headers nog een keer mee wil nemen, of alleen de data.
Data toevoegen aan bestand is alleen beschikbaar voor tekst gebaseerde bestanden (zoals .csv of .txt). Het is niet mogelijk om een xlsx bestand aan te vullen.
In- en uitvoer
Soort | Type | Omschrijving |
|---|---|---|
Invoer | Applicatie | Cloud Storage applicatie waar het bestand op gezet wordt. |
Invoer | Bestand | Resultaat van een eerder bouwblok dat een bestand opgeleverd heeft. |
Invoer (alleen bij selectie uit dataset) | Dataset | Dataset die kolom voor volledige bestands locatie bevat. |